Landelijk Indicatie Protocol

Afgekort ( LIP )

Sinds 2006 is het Landelijk Indicatie Protocol ingevoerd dat voorschrijft dat de zorgbehoefte op drie
verschillende momenten geïndiceerd moet worden. Dit gebeurt door de intakemedewerker en/of de
verloskundige. De eerste indicatie vindt plaats tijdens het (eerste) intakegesprek door één van
onze intakemedewerkers, de tweede indicatie gebeurt kort na de bevalling en wordt uitgevoerd door
de kraamverzorgende in overleg met de verloskundige. De derde en laatste indicatie vindt plaats in
de kraamperiode en wordt ook uitgevoerd door de kraamverzorgende in overleg met de verloskundige.

Door middel van deze indicatie(s) krijgt iedereen inzicht in de zorgbehoefte: de (toekomstige) kraam-
vrouw, het bureau die de kraamzorg voor jullie regelt en de verloskundige, ze weten allemaal waar ze
aan toe zijn. De vragen die tijdens deze indicaties gesteld worden en de antwoorden daarop leiden tot
het formuleren en vaststellen van de zorgbehoefte.

Minimaal 24 uur en maximaal 80 uur kraamzorg

Het minimum aantal uren kraamzorg bedraagt 24 uur, berekend vanaf de dag van de geboorte.
Wanneer de kraamverzorgende specifieke assistentie heeft verleend tijdens de bevalling
(partusassistentie), dan tellen deze uren in dit geval niet mee. Het maximum aantal uren kraamzorg
bedraagt 80 uur, verdeeld over maximaal 10 dagen. Wanneer jullie in aanmerking komen voor het
maximum aantal uren, dan tellen de uren voor partus-assistentie overigens wél mee. De verloskundige
beoordeelt vervolgens of kraamzorg op de  9e of 10e dag (nog) nodig is . Datzelfde geldt wanneer er
een ziekenhuisopname heeft plaats gevonden, ook die uren worden 'op indicatie van de verloskundige' in
mindering gebracht op het totaal aantal uren kraamzorg.

Het standaard aantal uren kraamzorg volgens het Landelijk Indicatie Protocol is 49 uur.
(indien er borstvoeding gegeven wordt)